Bomen zijn ons werelderfgoed. Ze bezorgen ons rust en schaduw en hebben een positieve invloed op onze zwaar belaste omgeving.
Ze behoren tot ons patrimonium en zijn het erfdeel van onze nazaten.
Er zorgvuldig mee omspringen is niet de minste boodschap.
De mooiste en op natuurlijke wijze ontwikkelde bomen staan meestal in parken of natuurgebieden op enkele particuliere uitzonderingen na.
Deze bomen hoeven alleen in de zomer onderhoudssnoei, te starten 2 à 3 jaar na de aanplant, gericht op eventuele schade.
Bomen die in onze straten moeten ontwikkelen, moeten begeleid worden in de ontwikkeling naar het vooropgestelde eindbeeld.
Hier spreekt men van begeleidingssnoei die gericht is op takvrije stamlengte.
o te starten na het 1 ste groei-jaar in de zomer
o om de 3 jaar
o 20% van de totale bladmassa per snoeibeurt
o met een te volgen snoeischema. 1. dubbele toppen
2.plakoksels
3.zware-en elleboogtakken
4.zwaar belastte takkransen
5.dood en ziek hout
Het uitlichten, rekening houdend met het eindbeeld van de boom, is een goed alternatief op het drastische inkorten van bomen omwille van te weinig zonlicht op het terras of zwembad en dergelijke.
Door de boom uit te lichten beperkt men de oppervlakte aan snoeiwonden, houd men rekening met de mechanische belasting van de gesteltakken in de kruin en kan het zonlicht diffuus toch nog door de kruin schijnen.
Daar waar men rigoureus snoeit en amputeert om aan zonlicht te geraken, zit men na enkele groeiseizoenen terug met het effect, dat daar waar de snoeiwonden zijn, er massaal reactiehout is gemaakt met veel bladbezetting.
Kandelaberen wordt toegepast bij voorkeur in de winter bv. bij dakplataan, leilinde en wilg vanuit een vroeg stadium en moet blijvend gesnoeid worden om de 1 tot 3 jaar. Een volgroeide boom mag niet gekandelaberd worden, wil men de boom niet opzadelen met grote kans op virussen en bacteriën.