o De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) is de rups van een nachtvlinder.
o Is een bladvreter met als waardplant de eik.
o Eitjes van de rups komen uit in het voorjaar samen met het jonge eikenblad. (half april tot begin mei)
o Rupsen zijn in hun beginstadium oranje gekleurd om over te gaan tot een grijsgrauwe kleur.
o Na de derde vervelling komen de brandhaartjes op de rug te staan.
o Rupsen kunnen de pijlvormige haartjes (0.2tot03.mm) afschieten wat een gevaar inhoudt voor de gezondheid van de mens.
o Brandhaartjes verschijnen half mei tot half juni (tot 600 000 haartjes /rups)
o Rupsen worden 3.5cm lang en vervellen wel 6 tot 7 keer alvorens te veranderen in een nachtvlinder.
o Juli en augustus begint de verpopping tot vlinder.
o Vrouwelijke nachtvlinders leggen hun eitjes begin september af in de toppen van de bomen.
o Nesten bestaan uit een dicht spinsel van vervellinghuidjes, met (brand)haren en uitwerpselen, waar ze zich overdag schuilhouden.
o Oude haartjes kunnen tot 6 jaar actief blijven in achtergelaten nesten.
o Door het verwaaien kunnen oude nesten nog voor jarenlang overlast zorgen.
o Verplaatsen zich 's nachts om zich te goed te doen aan het eikenblad.
o Kaalvraat kan wel eens het gevolg zijn bij laanbomen en particuliere aanplant.
o In bosverband is er veel minder kans op kaalvraat daar er een beter biologisch evenwicht is met de natuurlijke predatoren.
o De verbranding en het verwijderen van de nesten wordt door ons manueel gedaan door klimwerk en is de meest gebruikte methode bij particulieren.
o De biologische en chemische bestrijding is meestal voor grote plagen van openbare laanbeplantingen met spuitkanonnen.